Analyse stemgedrag gemeentelijke moties vluchtelingenkinderen

Het onderzoeksproject ‘Cities of Refuge’ gaat over de rol van gemeenten in het vluchtelingenbeleid en de relevantie van mensenrechten daarbij. Als onderdeel van dit onderzoek analyseerde promovenda Sara Miellet, samen met studente Noémi Garrido Ayala in juni 2020 de debatten en het stemgedrag in Nederlandse gemeenteraden over moties omtrent de opname van alleenstaande minderjarige vluchtelingen uit Griekse vluchtelingenkampen. Dit met als vraag ‘Hoe stemden politieke partijen lokaal over het opnemen van alleenstaande vluchtelingenkinderen uit Griekenland, en wat was daarbij de motivatie?’. Voor de beantwoording maakten zij gebruik van raadsinformatiesystemen, en luisterden zij debatten na. Hierbij bleek dat coalitiepartijen die hier nationaal tegenstander van zijn, lokaal vaak heel anders stemmen: het CDA, de CU en D66 zijn in overgrote meerderheid voor aansluiting van een coalitie van welwillende gemeenten voor opvang van deze vluchtelingenkinderen, en alleen de VVD is lokaal ook tegen.

Achtergrond

In maart verzocht Griekenland, bij wijze van noodkreet, aan Europese landen hulp in het overplaatsen van 1600 alleenstaande vluchtelingenkinderen uit de kampen. Inmiddels hebben tien Europese landen, waaronder België, Duitsland en Luxemburg hier gehoor aan gegeven. Nederland weigert; in plaats daarvan stelt de regering voor om Griekenland te helpen met het opzetten van een voogdijsysteem. Hulporganisaties, zoals Artsen zonder Grenzen en Vluchtelingenwerk, hebben zich van meet af aan hard gemaakt voor de opvang van 500 kinderen in Nederland. Daarbij riep Vluchtelingenwerk gemeenten op om zich aan te sluiten bij een ‘Coalition of the Willing’, die het kabinet oproept om wél vluchtelingenkinderen op te vangen of bereid is om zelf een aantal kinderen op te nemen.

Gemeentelijke steun 

Van de 355 Nederlandse gemeenten verklaarde inmiddels 119 gemeenten, een derde, steun aan de Coalitie. Daarnaast gaf in 23 gemeenten het college, of de gemeenteraad, aan het initiatief niet te willen steunen. In de rest is was het voorstel op 4 juni 2020 nog in behandeling, of niet geagendeerd. Van deze gemeenten zijn 23 groot (denk aan Amsterdam, Leiden en Utrecht), 28 middelgroot en 68 klein. Ook zijn zij verspreid over het hele land, waarbij vaak gemeenten in een regio omringende gemeenten lijken te beïnvloeden. Samen vertegenwoordigen de gemeenten die zich aansloten bij de Coalitie 9 miljoen inwoners.

Visual 1

Politieke dimensie

Opvallend is hoezeer de gemeenteraad de motor is achter deze ontwikkelingen: in verreweg de meeste gemeenten (85) nam de gemeente een standpunt in op initiatief van de gemeenteraad (via een motie). In 10 gevallen nam de gemeente een standpunt in als gevolg van raadsvragen. In maar 17 gemeenten besloten het collegebestuur of de burgemeester onafhankelijk van initiatieven in de raad besloten om dit initiatief te ondersteunen, terwijl in 7 gemeenten de raad zowel vragen stelde als moties indiende.
Visual 2
Opvallend is verder het stemgedrag, vooral van de partijen die nationaal, als onderdeel van de regeringscoalitie, tegen de opvang van deze kinderen in Nederland zijn. De overgrote meerderheid van de lokale vertegenwoordigers van deze partijen neemt een ander standpunt in. Zo stemt het CDA in 86 % van de gevallen waarin een raadsmotie werd ingediend voor aansluiting bij de Coalition of the Willing, de CU in 93 % van de gevallen en D66 zelfs in 100 %. Alleen de lokale VVD volgt meestal het regeringsstandpunt, en stemt maar in 19 % van de gevallen voor.

Visual 3

Argumentatie

Het eigenlijke standpunt van de 119 die zich aansluiten bij de Coalitie varieert. Zo stellen enkele gemeenten dat steun vanuit het rijk een voorwaarde is voor hun betrokkenheid. Veel andere gemeenten uiten zorg over de situatie in Griekenland, en dringen aan op een oplossing door middel van opname van alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Daarbij leidt de naamgeving tot verwarring: veel moties spreken over AMVers, maar anderen hebben het over weeskinderen of verweesde kinderen.

De belangrijkste argumenten van voorstanders van de moties zijn de humanitaire ramp in de Griekse vluchtelingenkampen, nog verergerd door de dreiging van corona. Daarnaast speelt solidariteit met de Griekse autoriteiten, en wijzen lokale politici op het belang van gemeentelijke betrokkenheid over de grenzen heen. Ook onderstrepen zij het succes van eerder acties, zoals die rondom kinderpardongemeenten. Tegenstanders benadrukken met name het competentievraagstuk (‘wij gaan hier niet over’) en wijzen op het regeringsvoornemen om opvang op het Griekse vasteland financieel te ondersteunen. 

Vervolgstappen

Het Cities of Refuge team gaat in de komende tijd de lokale debatten over dit onderwerp uitgebreider analyseren, en hierover publiceren. Welke termen en argumenten worden gebruikt en waarom is dit het geval? Daarnaast bestuderen Sara Miellet, Barbara Oomen en de collega’s de invloed van dergelijke gemeentelijk beleid (‘ontkoppeling’) op het nationale debat. Hier staat het onderwerp op 9 juni op de agenda van de Tweede Kamer. 

Cities of Refuge Basisoverzicht Coalition (Excel)